Slide left
Slide right
Museum Het Rembrandthuis
Jodenbreestraat 4
1011 NK Amsterdam
T 020 520 0400
E museum@ museumrembrandthuis.nl

PR/Marketing: press-office@museumrembrandthuis.nl
Museum het Rembrandthuis
Close backdrop
Home > Collectie > Grafisch werk > Koperplaten
Print

De omzwervingen van Rembrandts etsplaten

In de loop der eeuwen zijn de nu nog bewaard gebleven etsplaten van Rembrandt in vele handen geweest. Een groot aantal platen kwam eerst in het bezit van de Amsterdamse uitgever en prenthandelaar Clement de Jonghe (1624-1677). In zijn nalatenschap worden niet minder dan 74 etsplaten van Rembrandt vermeld.

Veel van deze etsplaten duiken in de 18de eeuw op in de inboedel van de Amsterdamse koopman en verzamelaar Pieter de Haan (1723-1766). Na diens overlijden worden de platen geveild. De meeste gaan naar de Parijse graveur en Rembrandt-kenner Claude-Henri Watelet (1718-1786).

Watelet gaat verschillende platen met een ets- of graveertechniek opwerken om er nieuwe afdrukken van te maken. Dat gebeurt nadien nog veel vaker. Daarbij wordt niet altijd een grote voorzichtigheid betracht. Vaak voegt men lijnen toe en soms wordt zelfs de voorstelling gewijzigd.

Na Watelet worden de platen bewerkt en herdrukt door de volgende eigenaar, de prenthandelaar en uitgever Pierre-François Basan (1723-1797). In de 19de eeuw zijn de platen in bezit van achtereenvolgens de Franse uitgever Auguste Jean en de graveur Auguste Bernard. Beiden geven nieuwe drukken uit.

In 1906 koopt de Parijse verzamelaar Alvin-Beaumont de platen van de zoon van Auguste Bernard. Alvin-Beaumont maakt in dit herdenkingsjaar van Rembrandts geboorte van elke plaat een klein aantal afdrukken en schenkt deze aan enkele hoogwaardigheids-bekleders en musea. Kort na 1916 worden de platen ingeïnkt en van een laklaag voorzien om verder afdrukken onmogelijk te maken.

Na tevergeefse onderhandelingen met het Rijksmuseum en het British Museum verkoopt Alvin-Beaumont de etsplaten in 1938 uiteindelijk aan de Amerikaanse verzamelaar Robert Lee Humber. Deze geeft ze in bruikleen aan het Raleigh Art Museum in North Carolina.

In 1993 brengen de erfgenamen van de inmiddels overleden Lee Humber de etsplaten in de kunsthandel. Het tot dan toe bijeengeleven bezit valt uiteen en komt in handen van musea, handelaren en particulieren over de hele wereld.

Uit deze erfenis hebben Het Rembrandthuis, het Rijksmuseum en het Amsterdams Historisch Museum enkele fraaie exemplaren verworven. Daarmee is een deel van Rembrandts etsplaten na ruim 200 jaar uiteindelijk weer terug in Nederland. De aankoop is tot stand gekomen dankzij de steun van de Vereniging Rembrandt, het Ministerie van WVC, het VSB-Fonds en de Vereniging van Vrienden van Het Rembrandthuis.



Het loflied van Simeon
Ca. 1639
Koperplaat (B 49)
 


De terugkeer van de verloren zoon
1636
Koperplaat (B 91)
 


Schetsblad met vijf koppen van Saskia en een van een oudere vrouw
1636
Koperplaat (B 365)


De kwadratuur van de cirkel
1598
Koperplaat (B 91)
 


Bedelaar met een houten been
Ca . 1630
Koperplaat (B 179)
 


Kunstenaar tekenend naar model
Ca. 1639
Koperplaat (B 192)